![]() |
||||||||
|
Hoe werkt het? Klik hier
Begin pagina loggy.nl Home Weblog maken RSS Feed Abonneren! Over dit weblog Welkom op Stijl. Stijl is een opiniërend weblog. Ik zet er essays op waarin ik mijn mening geef over (vooral politieke) zaken die mij bezighouden. Ik probeer steeds om een vurige passie voor mijn overtuigingen te combineren met nuchterheid en scepsis, in navolging van mijn grote voorbeeld, George Orwell. In hoeverre ik daarin slaag, is aan u om te beoordelen; ik hoop in ieder geval dat ik u met mijn pennevruchten aan het denken zet. Ook ga ik graag een goede discussie aan, dus als u óók een mening heeft over een van de onderwerpen waar ik over schrijf, reageer dan vooral! Wat is het mooi om partijlid te zijn...
|
Van Kooten & De Bie en de Nederlandse volkszielHet is twaalf jaar geleden dat Wim de Bie en Kees van Kooten stopten met regelmatig televisie maken. Toch is veel van hun materiaal nog verrassend actueel; als ik journaal kijk, zie ik vaak genoeg een fragment binnenlands nieuws dat even goed een sketch van ‘s lands komische duo had kunnen zijn. (Ik kan iedereen aanraden om dit in het achterhoofd te houden – het Journaal wordt er een stuk amusanter van. Vergeet vooral niet om, elke keer als het over Wilders en zijn bonte stoet fractiegenoten gaat, in uw hoofd het campagnelied van de Tegenpartij te zingen). Ik heb slechts een karige selectie uit het enorme oeuvre van Koot en Bie gezien, maar voor mij is wat ik gezien heb, genoeg om te concluderen dat het hier om twee absolute genieën gaat – een conclusie die velen vóór mij hebben getrokken. En wanneer ik diep onder de indruk ben van het werk van een kunstenaar, zij het een schrijver, een componist, een cineast of, zoals hier, een televisiemaker, heb ik altijd de neiging om me af te vragen welke aspecten van zijn werk mij nu zo aanstaan, waarin zijn genie precies ligt.
Wat Van Kooten & De Bie betreft is het antwoord, mijns inziens, dat zij een essentiële eigenschap van de Nederlandse samenleving weten te vertolken. In hun typetjes – van Cor van der Laak tot Meneer Foppe en van doctor Akkermans tot wethouder Hekking – vangen zij perfect de onontkoombare, aandoenlijke knulligheid van al wat Nederlands is. Een voorbeeld: u zult zich herinneren dat Geert Wilders een maand geleden een toespraak hield bij een demonstratie in New York. Op de voorpagina van de Volkskrant prijkte een foto van hem, midden in zijn rede, met op de achtergrond een groot scherm waarop hij nog een keer te zien was. Waar een ander misschien angst voelt bij het zien van dit soort foto’s, en weer een ander trots en vurige sympathie (ik verwijs hier uiteraard naar diegenen aan respectievelijk linker- en rechterzijde die het immigratiedebat voeren in bewoordingen alsof het de naderende apocalyps betreft), vond ik het vooral een komisch beeld. Daar kwam onze Geert, hij zei eens even waar het op stond, hij waarschuwde China nog één keer! En zo is het, naar mijn mening, met alles wat uit ons land komt: helemaal serieus te nemen is het niet. Een geruststellende gedachte, want er gaat dus ook geen serieuze dreiging uit van Geert en consorten, of van welke Nederlandse groepering dan ook. Hier gaat de analogie met het werk van Koot en Bie verder: hun sketches bevatten nooit veel geweld, grofheid of andere “duistere” stof (de aflevering over de legendarische coup van de Tegenpartij daargelaten). Dat complete gebrek aan bedreigendheid waarmee iedere Nederlander als het ware geboren wordt, heeft natuurlijk voor een groot deel te maken met de prettige aangeharktheid van ons land. Onze democratische traditie is ijzersterk, slechte bestuurders hebben weinig speelruimte, conflicten worden zorgvuldig weggepolderd – in welk ander land heten werkgeversorganisaties en vakbonden “sociale partners”? - en dankzij een riante verzorgingsstaat zijn de sociale tegenstellingen buitengewoon klein. Nooit zal hier een dictator opstaan, nooit zullen hier rellen uitbreken (als wij het over ‘rellen’ hebben, gaat het meestal over een uit de hand gelopen feest). Wij kennen geen jeugdbendes als in Amerika, geen banlieues als in Frankrijk, geen neonazi’s als in Duitsland, geen regionaal gesteggel als in België en geen maffia als in Italië. Ook zijn we over het algemeen wars van pompeus of bombastisch gedoe: wij zijn geen land voor borstkloppers of kemphanen, geen land van Grote Verhalen over Grote Helden en Grote Schurken. De natuur werkt hier ook aan mee: Nederland heeft geen oerwouden, bergen of ander spectaculair natuurschoon. Onze taal is een onoverzichtelijke rotzooi zonder veel eigen karakter; het Duits klinkt gewichtig, het Frans zangerig en het Engels (mits goed gehanteerd) deftig, maar het Nederlands klinkt vooral onbeholpen. Daarnaast zijn we al sinds de 19de eeuw een vrij onbetekenend landje op het wereldtoneel – wij hebben dus meer tijd gehad om aan die rol te wennen dan bijvoorbeeld Frankrijk, dat nog altijd verzot is op vlaggen, parades en grootse presidentiële toespraken, hoewel ook zijn gewicht in de wereld ernstig is afgenomen. We zijn, kortom, een klein landje van kleine mensen met kleine problemen, en als er eens iemand groot probeert te worden, levert dat vooral veel hilariteit op. Er zijn mensen die hier niet goed tegen kunnen. Een mooi voorbeeld was Willem Frederik Hermans (1921-1995), een van mijn favoriete schrijvers. In zijn boek “Ik heb altijd gelijk” ergeren de personages zich groen en geel aan het land van het maaiveld en de zeis, aan de onmogelijkheid om hier echt groot te worden, te schitteren. Zij ervaren Nederland als bekrompen, verstikkend, saai. Hermans was zelf ook niet al te verzot op Nederland, en week uiteindelijk uit naar Frankrijk. Hoezeer ik Hermans ook bewonder, hier ben ik het niet met hem eens. Ik wil voor altijd leven in een land waar parades met veel vlagvertoon toch altijd een beetje belachelijk gevonden worden, waar politieke conflicten worden uitgepraat in plaats van door opgeblazen sentimenten aangewakkerd te worden, en waar de problemen zo klein zijn dat men erom kan lachen als om een sketch van Van Kooten & De Bie. 11 Oktober 2010 Permanente link Google Feed MSN Reporter Reacties
|
Essays 'Ich bin einer Sozialdemokrat' Een streep in het zand van de Negev De wraak van de Vrije Jongens Op de schouders van reuzen Prettig Germaans De hemel, de heilstaat en de werkelijkheid Een jaar in de loopgraven Waar de blanke top der duinen... De tere kinderziel Het Hedwigepoldermodel Vervelend, die democratie Het anti-Nederlandse kabinet Utøya en Guernica Schrijf uw eigen beginselprogramma Linkse liberalen bestaan niet Nationalisme versus nuchterheid Partijen voor Oenga's en Boenga's Kapitalisme met geweren Jongensbroertjes met de bezinning in pacht 'Wollt ihr den totalen Wahnsinn?' De dienstplicht als integratiemachine Kolen, staal en bananen Een stukje vooruitgang Staat van beleg The Doors, onsterfelijk in de studio en op het podium Van Kooten & De Bie en de Nederlandse volksziel Driewerf hoera voor Wagner Conservatief programmeren De grimmige eensgezindheid van een uitgesproken rechts CDA |
||||||